Ik stap in de metro op de Amstelveense weg. Het is 8.16. Volgende halte is Station Zuid WTC.
Vluchtig en gehaast schieten passagiers in en uit. Elkaar nauwelijks aankijkend. Ik sta met mijn fiets op de daarvoor bestemde vierkante meter. Een kleine jongen [Oostbloktiepje van een jaar of vijftien] komt al spelend op een accordeon binnen. Hij speelt vals, denk ik. En ik denk verder.
Maar ja, misschien is dat juist wel heel mooi in Oezbekistan. Misschien is het ook niet vals want mijn accordeonkennis is minimaal. Zeg eigenlijk maar nul. Johnny Meijer is de enige die ik ken van de accordeon. Dat denk ik dus dan zo even. Ondertussen loopt de jongen met accordeon door de metro te zwalken. Hij straalt somberheid uit. Moedeloosheid. Levensmoe al bijna. Hij heeft wallen, constateer ik snel en ook staan zijn ogen iets afwijkend. Wazig. Vaag. Afwezig. Is dit zo'n solutiekind? Zo'n bandenplak jochie uit een achterafbuurtje? Solutielijm in/opsnuiven om zijn vreselijke ellende te vergeten, of zat er gewoon een flinke snuif cocaine in het neusje?
Hij houdt zijn hand op maar niemand geeft. Uiteindelijk stopt een oude dame hem wat toe en ik geef 50 eurocent. Hij kijkt niet op of om en speelt nog wat valse volksellende.
Het is 8.25.
Ik vraag me af waarom ik heb gegeven.
zondag 24 mei 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten